Kamp voorbij, een studiedag, en nu gaan we dan echt beginnen. Op woensdag een les Frans voor jonge kinderen ‘je m’appelle …, j’ai … ans et toi?’ We tellen tot tien in het Frans. Er zijn lessen Engels, wiskunde, Japans, Duits, ‘Hoe is alles ontstaan’, theater, gitaar, en nog veel meer. Dit jaar hebben we een wereldproject waarin verschillende landen aan bod komen, met als eerste Nederland. En waar kun je dat beter zien dan in Madurodam? We gaan er binnenkort naar toe.
Schrijven, lezen, rekenen, waar ze in de eerste week al naar uitkeken, is er nu ook weer elke dag. ‘Ken je de tafel van 2?’ ‘Ja hoor!’ Maar als ik het door elkaar vraag, blijkt het nog niet zo gemakkelijk. ‘Als het opgeschreven staat, weet ik het wel meteen.’ Er is werk aan de winkel. Willem van 6 is er voor het eerst en schrijft het hele alfabet in vogelzand. Veel kinderen willen het liefst lezen; Dogman, Bob Popcorn, Geronimo Stilton zijn populair. Ze vertellen aan elkaar wat er gebeurt. Soms, als al dat denken wat te lang gaat duren, spelen ze het laatste kwartier een spel, Halli Galli, galgje, Flic-flac.
Bakken doe ik deze weken buiten; het is nog zulk lekker weer. Voor twee appeltaart moeten we 3 kilo appels schillen en snijden. Hannah wil wel een verantwoordelijke taak, maar heeft geen zin om te snijden. ‘Ga maar een appelsnijder zoeken.’ En ja, het lukt, Sophie komt helpen om alle appels te schillen. In stukken snijden kunnen de jongere kinderen al heel goed zelf. En ook bloem en suiker afwegen en boter in stukjes snijden. Van kneden krijg je plakhanden, maar dat vinden de meesten niet erg. Ze kneden om beurten het deeg tot een bal. Even in de koelkast, taartvorm invetten (ook een lekker vies werk), deeg platmaken, met een vork gaatjes erin prikken en dan het appelmengsel (met kaneel, rozijnen, custard en abrikozenjam) erin en de rest van het deeg er overheen kruimelen. Mmmm, het deeg is al heel lekker en de taart zelf, de volgende dag, ook.


