Wat doen we

“Het is discriminatie
dat ongelijke kinderen
gelijk behandeld worden.”

-Ina Barreveld-

 

Wij gaan er vanuit dat ieder mens vanaf zijn geboorte een innerlijke motivatie heeft om uitdagingen aan te gaan, grenzen te verleggen, kortom, om zich verder te ontwikkelen. Vaardigheden zoals het omrollen na ongeveer 4 maanden na de geboorte, het zelfstandig zitten na ongeveer 7 maanden, de eerste stapjes na ongeveer een jaar, vragen een behoorlijk doorzettingsvermogen.
Kinderen gaan volledig op in hun eigen kunnen, blijven hun grenzen verkennen en verleggen, net zolang totdat iets lukt.

Wij hebben daarom volledig vertrouwen in de innerlijke kracht van het kind. Ons uitgangspunt is dan ook dat het niet nodig is om aan kinderen te trekken of te duwen, in cognitieve of andere zin. Mensen leren makkelijker, sneller en met meer plezier wanneer zij er voor open staan. Ze komen op hun eigen tijd, niveau en manier bij hun innerlijke, van nature aanwezige, motivatie om zich te ontwikkelen en respectvol om te gaan met zichzelf en hun omgeving.

Op De Vrije Ruimte krijgen de kinderen de ruimte die ze nodig hebben om die activiteiten te kunnen kiezen die hen het meeste opleveren. Dat zijn de dingen waar ze nog niet goed in zijn of vaardigheden die ze moeten kunnen om verder te komen. Discipline en doorzettingsvermogen zijn er volgens ons vanzelf als de motivatie van binnenuit komt. In vrijheid durven kinderen fouten te maken, de gevolgen van de eigen daden te ervaren en hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.

De situatie binnen onze school heeft veel overeenkomsten met het dagelijks leven in de maatschappij: de groep bestaat uit verschillende mensen van verschillende leeftijden en met verschillende interesses, zij bewegen zich door elkaar. Door de manier van leren/leven met elkaar voelen kinderen zich gewaardeerd om wie ze zijn, leren ze wat ze zelf belangrijk vinden en hoe ze met problemen om moeten gaan. Het zijn krachtige mensen die zelfvertrouwen hebben en initiatief durven nemen.

Door de keuzes die de kinderen maken, leren ze dat hun eigen acties gevolgen hebben en leren ze daar bewust mee om te gaan. Ze worden direct geconfronteerd met de gevolgen van het eigen handelen. Dit leidt tot verantwoordelijkheidsgevoel en het besef dat iedereen zelf kan bijdragen aan de leefbaarheid van de maatschappij.

Onze uitgangspunten:

Vrijheid, Zelfvertrouwen, Veiligheid, Diversiteit, Verwondering en Passie

Vrijheid

Door de vrijheid om zichzelf te zijn, krijgen kinderen het inzicht dat wat ze doen gevolgen heeft voor de omgeving waarin zij zich bevinden. Daardoor voelen zij zich verbonden met zichzelf, met anderen en met gemaakte afspraken. Je bent vrij in je handelen, totdat je op de grens van een ander komt. Deze confrontaties maken je bewust van wat je doet.

Zelfvertrouwen

Kinderen vertrouwen van nature op hun eigen vermogen. Dit vertrouwen wordt versterkt en vergroot als zij de mogelijkheid hebben hun eigen omgeving en hun eigen ontwikkelingsweg vorm te geven, als ze gehoord en gezien worden. Als je vertrouwt op je eigen vermogen, kun je ook vertrouwen hebben in het vermogen van een ander. Daarom is het van essentieel belang dat ook ouders en begeleiders vertrouwen op hun eigen vermogen en dat van de kinderen.

Veiligheid

Mensen voelen zich veilig als hun behoeften gezien, gehoord en begrepen worden. Als hun spel serieus genomen wordt; ze zelf kunnen ontdekken; ze de tijd hebben voor zichzelf en hun eigen ontwikkeling. In een ondersteunende omgeving, zonder te hoeven voldoen aan opgelegde verwachtingen, ontstaat dan vanzelf de veiligheid waarin je ontwikkeling optimaal tot z’n recht komt.

Diversiteit

Iedereen is verschillend. Iedereen heeft andere interesses, capaciteiten, ideeën, culturele achtergrond, een andere leeftijd. Door de grote verscheidenheid aan personen wordt een rijke omgeving gecreëerd. Ieder individu brengt de nodige activiteiten, kwaliteiten en kennis in om met elkaar een lerende gemeenschap te vormen. Door het zoeken naar elkaars grenzen, elkaars verschillen en manieren om daarmee om te gaan, leren kinderen respect te hebben voor zichzelf, de ander, en voor de omgeving waarin wij ons bevinden.

Verwondering

Ontwikkeling begint bij vragen stellen. Soms ga je bewust en actief op zoek naar een antwoord en soms gebeurt dat onbewust, spelenderwijs. Kinderen, en ook begeleiders, krijgen daarom de ruimte voor verwondering, voor actief onderzoeken, voor voortdurend experimenteren zodat ze hun eigen vragen kunnen volgen. Zo ontwikkelen ze een natuurlijk ‘zelfbewust zijn’ om van daaruit hun volgende stappen te nemen.

Passie

Als je kunt experimenteren met wat je hart je ingeeft, kun je leren wat je belangrijk vindt. Ieder verlangen dat ontstaat, wordt dan als uitdaging ervaren en kan vormgegeven worden binnen de grenzen van de mogelijkheden van de school (budget, regels, afspraken). Doordat je verlangens uitkomen, komen er weer nieuwe wensen, die steeds dichter bij je passie liggen. Op die manier groei je in waar je goed in bent en waar je plezier in hebt.