Kunstlessen op een democratische school?

Een interview met Marty Smit n.a.v. een lezing die Marty samen met Gert Biesta heeft gegeven bij het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) over kunst in het onderwijs.  Het interview is ook te lezen op de website van het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA).

Marty Smit, directeur particuliere basisschool De Vrije Ruimteauteur: Eeke Wervers

datum: 9 mei 2018

De Vrije Ruimte in Den Haag is een particuliere school waar leerlingen van 4 tot 18 jaar hun eigen programma bepalen. Kiezen ze dan ook voor kunst? En wat is kwaliteit van de kunstlessen? Marty Smit, directeur van De Vrije Ruimte, vertelt er meer over.

Marty: ‘Wij hebben volledig vertrouwen in de innerlijke kracht van het kind. Kinderen (en mensen) leren gemakkelijker, sneller en met meer plezier wanneer zij er open voor staan. Ze komen op hun eigen tijd, niveau en manier bij hun innerlijke, van nature aanwezige motivatie om zich te ontwikkelen. Discipline en doorzettingsvermogen zijn er volgens ons vanzelf als de motivatie van binnenuit komt.  Kinderen durven dan ook fouten te maken, de gevolgen van de eigen daden te ervaren en hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.’

De onderwijsinspectie is tevreden over het niveau van de school, de school heeft het basistoezicht. De Vrije Ruimte gebruikt een eigen leerlingvolgsysteem waarin per leerling wordt bijgehouden wat in het ontwikkelingsproces belangrijk is. Dit systeem wordt door alle betrokkenen ingevuld en ook ouders en de leerlingen zelf hebben toegang tot de informatie.

Onvrede met bestaand onderwijs

Marty heeft samen met twee onderwijscollega’s de school tien jaar geleden opgericht, uit onvrede met het bestaande onderwijs. Op zoek naar een goede school voor haar dochter kwam ze erachter dat geen enkele school de leerling echt als uitgangspunt neemt. ‘Ik heb me in allerlei schoolvisies en -concepten verdiept. Ik ben een dag gaan kijken en voelen op een Freinet-, Montessori- en Jenaplanschool. Ik vond overal wel iets heel erg goed, maar ik had bij geen enkel onderwijsconcept het gevoel dat het compleet was. Ik kreeg nergens echt kippenvel. Ik kom zelf uit het VO en ik had er al eens eerder met collega’s over gesproken om een eigen school te starten. Nu was het moment daar!’

‘We zijn een democratische school en we zijn er trots op dat we echte ‘vrije ruimte kinderen en ouders’ hebben. Dat we samen met de begeleiders de school runnen. De leerlingen hebben een gelijkwaardige stem bij het nemen van beslissingen en het is heel gaaf om te zien dat dat echt werkt. Steeds meer kinderen zijn hier van jongs af aan. Maar er zijn er ook die hier pas op 15-jarige leeftijd komen, helemaal gefrustreerd in het reguliere onderwijs. Die gaan helemaal open, krijgen weer zelfvertrouwen. Onze leerlingen doen het goed in het vervolgonderwijs. Ze zijn heel zelfstandig en als er een lacune in de kennis is, weten ze goed hoe ze die kennis alsnog kunnen verwerven.’

Geen curriculum voor de kunstvakken

De Vrije Ruimte heeft geen curriculum, ook niet voor de kunstvakken maar werkt naar aanleiding van de vraag van kinderen. Er is een standaard aanbod aan kunstlessen (dat moet van de inspectie, anders mag je jezelf geen school noemen). Kinderen mogen zelf kiezen of ze van dat aanbod gebruik maken. ‘In de praktijk werken we naar aanleiding van de vraag van leerlingen. Bijvoorbeeld een kind dat piano wil leren spelen. Dan gaan we op zoek naar iemand die pianoles kan geven. Dat kan een oudere leerling zijn, een ouder of een docent. De vraag van zo’n kind leidt vervolgens tot een aanbod voor de hele school. Er worden pianolessen georganiseerd waar alle leerlingen op kunnen intekenen. Kinderen krijgen zo de ruimte om kunst echt te ontdekken. Wat daarbij heel krachtig werkt is de leeftijdsmix, waardoor kinderen van verschillende leeftijden en niveaus elkaar tegenkomen bij een interessegebied. De concentratieboog van de jongere kinderen is vaak korter en dan gaan ze spelen. Met de oudere kinderen kun je reflecteren op het proces van het maken. De oudste leerlingen blijven vaak de hele middag zitten en dan is er ruimte voor echte verdieping.’

‘Mijn eigen dochter is inmiddels 13 jaar en heel creatief. We zijn met haar gaan kijken op middelbare scholen met kunstklassen, omdat ze daar verder in wilde. Ze realiseerde zich dat ze eigenlijk al doet waar leerlingen op andere scholen in de examenklassen mee bezig zijn. Doordat kinderen bij ons kunnen kiezen waar ze mee bezig willen zijn, zijn ze er soms een hele dag mee bezig.  Ze doorlopen zo een ontwikkelproces waarin ze veel en snel leren. Mijn dochter besloot om op De Vrije Ruimte te blijven om zich op deze manier verder te ontwikkelen. Gelukkig hebben we een kunstenaar in huis die goede kunstlessen geeft en ook een goede muziekdocent.’

Gebaseerd op sociocratisch model

Er zijn in Nederland twaalf democratische scholen die deel uitmaken van een Europees netwerk. De scholen zijn gebaseerd op het sociocratische model waarbij de besluitvormingsstructuur bestaat uit kringen die overlappen met de functionele eenheden in de school. In de kringen zijn ouders en leerlingen vertegenwoordigd, ook in het schoolbestuur participeert een leerling. De kringen bepalen het beleid voor hun eenheid en werken volgens het consentbeginsel (niemand heeft een overwegend en beargumenteerd bezwaar). Besluiten over de uitvoering van het beleid worden centraal gedeeld. De gezamenlijke kringen bepalen uiteindelijk het beleid binnen de school. Ouders en leerlingen praten mee op elk niveau van de school. De school heeft een huiskamer waar ouders ten alle tijden welkom zijn en waar ook activiteiten worden georganiseerd speciaal voor en door de ouders.

Verder richt iedere school zijn eigen onderwijs in. Een democratische school werkt vanuit de mensen, vanuit vertrouwen, dus wie er werken is van invloed op de school. ‘Wij hebben bijvoorbeeld een rooster. De leerlingen die zich voorbereiden op het VO-examen hebben daar behoefte aan. Andere leerlingen kunnen bij die lessen aanhaken. Iedere school zoekt continu naar wat het beste werkt voor de groep die er nu is. Geld is voor ons de grootste uitdaging. We krijgen geen subsidie omdat we onder de stichtingsnorm zitten. De ouderbijdrage is onze enige bron van inkomsten en die zou eigenlijk omhoog moeten. Dat willen we liever niet, we willen geen eliteclub worden maar een afspiegeling van de maatschappij.’